Categorie archief: Verhalen

Met vereende krachten a Paris

Niet gehinderd door stroomstoringen, ‘geen zin’ of vergeten paspoorten kedengen we per Thalys 2e klas naar Parijs, met 1e klas verzorging in de vorm van cafe eau croissants door Eveline en Kelvin van NS International en Sunnycars. Na drie uurtjes aangenaam verpozen in zuidelijke richting arriveren we bij een zonovergoten Gare du Nord waar vijf 2CV’s met open dakjes uitnodigend op ons staan te wachten. Een indeling is snel gemaakt en on y va ! Yves – fulltime Parisien en parttime friseur – is de chauffeur van onze automobile en loodst ons met franse slag door de drukke donderdagochtend chaos in een twee uur durende ervaring exceptionnelle . “Oh-la-la !” is een veelgehoorde kreet onderweg en ondanks vrachtwagens die de route blokkeren, afbrekende richtingaanwijzers, rode stoplichten die genegeerd worden door medeweggebruikers verzorgt Yves een Frans-Engelse stand-up comedian show. Wij doen gezellig mee en staan dus regelmatig rechtop in onze cabrio te genieten van wonderlijke wetenswaardigheden en speciale weggetjes waar je normaal niet komt. Via een busbaan neemt James Bond een afslag, en-passant een politie-auto snijdend en even later hobbelen we langs karakteristieke woonboten over een klinker kade bij de Seine. Wauw ! Via de highlights van Paris zoals de Notre Dame, het Louvre, Dôme des Invalides en Pont Neuf arriveren we bij La Tour Eiffel waar het groepsgevoel wordt vastgelegd op de gevoelige plaat. De inwendige mens moet worden verzorgd dus in een ruk naar onze etablissement cafe RUC waar wijn en water wellustig worden geconsumeerd tijdens een heerlijke lunch. We zitten vol maar er is ruimte voor vrije tijd en invulling naar keuze. Sommigen verkennen Parijs op eigen houtje en a girl running the world gaat een bloggie om. De rest van de groep is meer van bier, wijn en spelen even later samen in het park, waar een circle of trust wordt gevormd door wat stoelen te confisceren in de schaduw van enkele bomen. De vogeltjes fluiten. Schijt aan alles en heerlijk keuvelend genieten van een drankje. Er wordt gelachen en je steekt er nog wat van op ook: Voulez-vous kakke avec moi ? Met de metro verplaatsen we ons naar de Thalys lounge bij Gare du Nord waar we ons opfrissen voor de terugreis. De eerste klas in de vorm van een hapje, drankje en diner smaakt ons goed. Moe maar voldaan rol ik des avonds met een big smile mijn mandje in, nadat ik in de groeps-app “Parijs 2017” nogmaals heb genoten van het muzikale cinematografische hoogstandje van Kelvin. Het leven is mooi !

Sunnycars, NS International en reis-collega’s, bedankt.

à bientôt!

               

 

Toonladders op de Titanic

Ik zie de opluchting op het gezicht van een stoker als hij voorovergebogen met zijn handen op zijn knieën staat uit te hijgen. Zijn door kolen besmeurde mouwloze hemd plakt aan zijn gespierde lijf. Vanuit de onderbuik van het schip heeft hij het dek bereikt, een hele prestatie. Hij richt zich op en veegt met de achterkant van zijn rechterhand een mengeling van zweet en roet van zijn voorhoofd. Op zijn arm een tatoeage als een gebrandschilderd raam, compromisloos het venster van de ziel vormend. Zo staat hij daar en kijkt gebiologeerd naar de heldere sterrenhemel. Onze blikken kruisen elkaar. Ongeloof, verbazing en medelijden vechten op zijn gezicht. Lijfsbehoud wint. Zich haast verontschuldigend verdwijnt hij richting de reddingsboten. We zetten “Autumn” in, in e-mineur, een toepasselijke melodramatische toonsoort. ‘Is het echt veilig, lieverd?’ De stem van mijn moeder als een mantra in mijn hoofd. ‘Geen zorgen mama, dit wordt de reis van mijn leven.’ Zo staat het immers als belofte in kleurrijke gekalligrafeerde letters op de poster. Weer zie ik haar ogen voor me, waterig als poelen des doods. Mijn vioolklanken vol heimwee sterven langzaam weg over de immense oceaan, de nachtelijke hemel in. De azuurblauwe ijsberg aanschouwt maar oordeelt niet.

Ik leg het boek naast me neer in het zand, mijn gedachten stranden. Letters spoelen aan op gouden perkament en vormen bladzijden verguld van verwachting. Het zand ademt boeken, de zee komt en gaat. Onhandig verstrooid zet jij een eerste stap. Nietig lees ik door en verlies me in een oceaan van oneindigheid. Mijn grapjes en jouw trekjes zijn niets meer dan oppervlakkige diepzinnigheid. Je toont me jouw ware gezicht van onhebbelijkheden en ik besef dat we samen alleen zijn. Bevrijd me. Wees jij maar jij, dan blijf ik mij. In mijn hart sneeuwt het illusies en dromen. Mistflarden van schimmige herinneringen gaan hand in hand naar schijnbaar onvergeten oorden waar we liepen, vreeën, vochten, stierven. Jouw foto op mijn kaptafel is een bevroren moment in tijd en versterkt mijn ijzig verlangen naar normaal zijn. Vanuit de spiegel kijken bestraffende ogen me aan. Niet huilen nu. Mijn mond herinnert zich jouw kus nog en doet me smelten. Kan een mens verstild genieten en toch beseffen dat het verleden voorgoed kwijt is? In gedachten ben ik gewapend met zelfacceptatie en realiteitszin. Toneelspel is mijn leven. Wat blijft zijn slechts woorden van een derderangs artiest.

toonladders op de Titanic

Prijswinnend verhaal, gepubliceerd in de bundel “Mijn mooiste herinnering-top 50”. http://www.heelnederlandleest.nl/bundel-mijn-mooiste-herinnering-top-50.html

 

 

Opa

Ik voelde dat iemand tegen mijn schouder stootte en versuft opende ik mijn ogen. Mijn rug deed zeer van het liggen. Stijfjes kwam ik overeind. Opa hield een glanzend rode sterappel voor mijn neus. ’Goed voor de vitamientjes.’ Uit zijn broekzak haalde hij een Nuts tevoorschijn, scheurde er demonstratief het papier af en hield hem voor zijn mond, klaar om een hap te nemen. ‘Of had jij deze liever gewild?’, vroeg hij nonchalant. ‘Ja!’, riep ik enthousiast, en ik greep de reep uit zijn hand. ‘Dan is deze voor straks’, zei hij, de vrucht naast zich neer leggend. Ik nam een grote hap en met volle mond zei ik, ‘mag ik eens roeien opa?’ Hij antwoordde: ‘Natuurlijk, je bent al acht. Dat kun je best.’ Even later haalde ik de houten roeispanen door het water, eerst nog wat onwennig met veel gespetter. Na wat aanwijzingen ging het al een stuk beter en maakte ik mooie gelijkmatige slagen. Ik hoefde er niet meer over na te denken en de peddels en ik waren een. Als verlengde houten armen kliefden ze gedachteloos door het water. Ik dommelde weer weg en gaf me over aan mijn dromen.
Jij leert me fietsen. ‘Kijk opa, met zonder handen.’ Trots.
Een wolk van poedersuiker over de poffertjes in de Efteling.
‘Ik doe het nog een keer voor, goed opletten.’ Je plakt mijn band. De bonken in mijn knikkerzak schreeuwen. Ik heb afgesproken met Kees, kwart voor drie achter het fietsenschuurtje.
Het bibberspelletje wat we speelden van toen je nog geen Parkinson had.
De verhaaltjeskoets staat klaar voor vertrek, jij op de bok. De draken, trollen, gnomen rukken aan de teugels. Een fee struikelt en haar stafje valt in de modder. Een ademloze spons zit op je schoot.
Hoog op je schouders. Gebiologeerd bestudeer ik je kruin. Je krijgt al kaal haar.
Traditie. Voordat we naar huis gaan, eentje uit het rood-witte blikje, vol met Engelse drop.
Wat weet jij veel.
Minstens een week logeren. Laat opblijven. Alles mag.
De pleister die je plakt op mijn geschaafde knie. Kusje erop, over.
Dansen met oma in de huiskamer, zomaar omdat het kon.
Caravakantie! Je eigen huis op wielen mee. Ik haal koffie voor je aan “het loket”. Oma deelt uit, gebogen over de halve deur van jullie paleis.
Twee stevige armen omhelzen me van achteren. ‘Wat ruik je lekker’, hoor ik je zeggen. Ik ben gelukkig.
Klimmen wie het hoogste kan in de boomgaard. Ik win natuurlijk.
Griesmeelpudding, havermout, rijstepap, spruitjes. Jij durft alles!
Gregoriaanse liederen. Muziek tussen hemel en aarde, die iets onuitsprekelijks bevat. Je droomt weg.
Ik voel dat iemand tegen mijn schouder stoot en versuft open ik mijn ogen. Mijn billen doen zeer van het zitten. ‘Je moet gaan staan’, zegt mijn moeder, ‘het is afgelopen.’ Verdwaasd kijk ik om me heen en sta ik op uit de houten kerkbank. Ik zie hoe de kist langzaam door het gangpad de kerk uit wordt gereden. Er bovenop liggen de bloemstukken, kransen en linten maar ook een grote foto van opa met in zijn hand mijn sterappeltje.
‘Goede vaart, opa’, zeg ik zacht en ik til mijn hand op als laatste groet. Mijn andere hand zit diep in mijn broekzak en omklemt een halfgesmolten Nuts.

Opa

Prijswinnend verhaal 23 juni 2015 gepubliceerd op familieberichten.nl: http://familieberichten.nl/nl/post/32/opa