Voetbal is oorlog

Daar zaten we dan. Gemotiveerd tot op het bot. De trainer hoefde ons het belang van deze ontmoeting niet uit te leggen, maar deed dat uit hoofde van zijn functie natuurlijk toch.       ’Mannen,’ zei hij, ‘vandaag maken jullie gehakt van ze.’ Zijn gezicht was verwrongen tot een griezelmasker dat drie dagen carnaval achter de rug had en had de kleur van een overrijpe aubergine.  Om zijn verhaal kracht bij te zetten balde hij zijn beide vuisten en maakte hiermee een wringende uitknijpende beweging. Dat hij hierbij het oor van onze doelman tussen zijn enorme worstenvingers klemde was bijzaak, en daarvan was hij zich niet bewust. Pas toen Arie Kanarie of kortweg Banaan genoemd, vanwege zijn afzichtelijk felgeel fluorescerende outfit, het kermend uitschreeuwde, ontwaakte hij uit zijn trance.” Hij ontspande zich enigszins en mompelde: ‘gehakt.’ We wisten niet of hij nu doelde op het oor van Arie, onze tegenstanders of het feit dat het deze week in de aanbieding was bij Sjors de Slager, onze linksback. In ieder geval richtte hij zijn blik nu op ons, zijn matadoren, zoals we daar zaten in de kleedkamer van derdeklasser amateurclub DES: Door Eendracht Sterk.  Henri Buitenzorg, onze linkshalf en draver op het middenveld, met de longen van een paard en het verstand van een ezel. Scheermes Dave, onze rechtsback, die de vervelende gewoonte had om steevast de benen van de tegenstander te raken in plaats van de bal. Magic Matthias, onze dribbelaar met zijn onnavolgbare schijnbewegingen, vooral voor hemzelf, waardoor hij vaak in tegengestelde richting naar het verkeerde doel stormde.  De halfbakken eeneiige tweeling Luuk en Rik de Boer, die zich zelfingenomen ‘de echte broertjes’ noemden. Helaas was de enige overeenkomst met het andere illustere voetbalduo de naam en niet de voetbalkwaliteit. Samurai Sandro, onze ausputzer, het slot op de deur van onze verdediging. Onze spits Bert Breekijzer, letterlijk en figuurlijk een goaltjesdief,  die vanwege goed gedrag voorwaardelijk vrij was en dus weer mee kon doen deze week. Rechtervleugelspits Flitsende Frits, een sprinter sneller dan zijn schaduw.     Tenslotte keek hij mij, Johan Kluif, de aanvoerder van deze iets minder fitte maar uiterst fanatieke bende aan. Ik sprak de  historische woorden: ‘Dit elftal hep elf spelers trainer, dus dat is kip in ’t pannetje,’ hem onderwijl een knipoog gevend. Hij keek me niet begrijpend aan en zei: ‘Denk aan de wedstrijdpremie, drie porties kibbeling en een pond paling de man van onze sponsor de Zinkende Rolmops. De vis wordt duur betaald!’ Meer aanmoediging hadden we niet nodig. We stoven de kleedkamer uit en verdrongen ons in de smalle gang, klaar om de strijd aan te gaan. We draafden de spelerstunnel uit, elkaar op de schouders kloppend en bemoedigend toeschreeuwend. Niets kon ons vandaag van de glorieuze overwinning afhouden. Of toch? Zodra we het veld opkwamen in ons eigen lege stadion deden we onze naam DES alle eer aan: Domme Enorme Sukkels. We speelden uit!

100jaaroorlogendan  Spelerstunnel

Publicatie in bundel “100 jaar oorlog…en dan ?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *