Maandelijks archief: november 2015

Ik ken jou

Ik ken jouDSCN8306

De koffietafel van de begrafenis van mijn oom. Opgeschoten neefjes en nog nooit geziene nichtjes. De laatste nieuwtjes worden verteld, oud zeer steekt de kop op. Het succesverhaal van de reuzensnoek van Ome Leo komt voor de derde keer voorbij. Reünies worden afgesproken, waar nooit iets van komt trouwens. Twee beverige handen pakken me van achteren vast. “Ik ken jou.” Ik herken de breekbare stem en ruik de mottenballen. Mijn lieve tante Nel, zesentachtig. Warme herinneringen aan maandelijkse bezoekjes met smeuïge verhalen. Nu een schim van het vitale, reislustige type van vroeger. Slechts een krom pakketje rimpels. Met bagage. Ze heeft Alzheimer. Ik draai me om en kijk in twee vragende ogen. Blauwgrijs. Ze doet haar best maar kan wat hulp gebruiken. “Eric,” zeg ik, “van Kees, je broer.” Een lach breekt door. “Natuurlijk, Eric. Hoe is het met je?” Zonder verder antwoord af te wachten excuseert ze zich en strompelt ze richting toilet.
Na zo’n tien minuten staat ze weer voor me. “Ik ken jou.” Aan tafel achter zijn derde biertje zegt een zwager: “dat is Wim, van je zus Alie.” Hij maakt daarbij met zijn wijsvinger een draaiend gebaar bij zijn slaap. Gelach aan tafel. Leedvermaak heet dat. Tante staat daar maar. Een standbeeld van bezinning. Dan een fonkeling van herkenning. “Wim?…. Nee, Eric toch?” Haar ogen stralen. De tafel zwijgt. Kippenvel tot in mijn nek, ze is er weer. Ze schuifelt bij ons vandaan.
Aan het eind van de middag zit ze te dommelen achter een kopje thee. Bij het weggaan kus ik haar teder op haar wang. “Dag tante Nel.” Ze schrikt zichtbaar. “Dag meneer, en u bent?”

Prijswinnend verhaal nav. de wedstrijd ‘dementie’ georganiseerd door Lebowski Publishing en het Algemeen Dagblad, en gepubliceerd in de bundels ‘Ik ken jou’ en ‘Ik moet zo naar huis.’ Eervol mijn verhaal als titel op de cover!  Prijsuitreiking tijdens boekpresentatie ‘Ma’ van Hugo Borst in Oude Luxor in Rotterdam, 16 nov 2015. Een avond om niet te vergeten! 

https://medium.com/verhalenwedstrijd-algemeen-dagblad/ik-ken-jou-f1076c8429c9#.7lff6wf2g


View story at Medium.com

Twente

Achtopsterwedde

“Toegangspoort tot weelderige wandelroutes. Enorm enerverend? Natuurlijk niet. Twente trekt een enkeling. Tuffels, watermölle, erve, noaber. Twentse tongval, een ervaring. Toeristische traktatie. Wie wil een emotie? Naakt natuurschoon. Twente top! Echt eerlijk. Geniet van Twentse gastvrijheid en typische streekgerechten. Laat u verrassen na iedere bocht. Vergezichten van weilanden, bossen en heidevelden. Dorpjes op een heuvel. Water stroomt door het hart van dit rustieke landschap. Twente nodigt u van harte uit.”                  ‘Ja ja’, zeg ik en ik druk op verzenden. Ruim binnen de deadline. Jannie, mijn buurvrouw en eigenaresse van het plaatselijke VVV-kantoor, kan hier toch niets op aan te merken hebben. We wonen hier nu zeven jaar op een prachtige boerderij in Achtopsterwedde, en delen het erf met Jannie en Berend. We delen de grond maar verder niets. Of het moeten de ergernissen over en weer zijn. Hun honden blaffen dag en nacht onophoudelijk, en lopen los achter het hek. Hij gaat gieren op het moment dat we in de tuin zitten met de hele familie tijdens een verjaardagsbarbecue. Hij steekt de bal lek van onze jongens als die bij hem op het erf stuitert. ‘Mien grond, mien recht’, mompelt hij en gooit het overblijfsel achteloos terug over het hek. Zij gaat mest verbranden, alleen bij oostenwind natuurlijk. ‘Doar kommie nooit achter’, was zijn reactie toen we hem aanspraken op verdenking van illegaal stroomaftappen.                                                                                                                                                                    Ik kijk uit het raam en daar staat ze, wit als een vaatdoek. Op onze grond! Ik stuif naar buiten. Voor ik iets kan zeggen stamelt ze: ‘Hij heeft het gedaan.’ Ze pakt mijn hand en trekt me mee. We lopen door het hek en ik zie de honden in hun hok zitten. Vreemd. We stoppen bij de openstaande deuren van de varkensschuur. Ze duwt me vooruit maar blijft zelf voor de drempel staan. Een penetrante lucht dringt zich op. Mijn ogen moeten wennen aan het licht. Dan zie ik hem. Daar hangt hij, boven de andere varkens. Ik draai me om en loop naar buiten. Ik sluit Jannie in mijn armen. We huilen samen. De honden blaffen, ongehoord.

Gepubliceerd verhaal over noaberschap in de nieuwsbrief van La Scuola, academie voor de levenskunst.